Families in missie

In 1985 stelden Kiko, Carmen en pater Mario een project voor aan de Heilige Paus Johannes Paulus II, om Noord-Europa te her-evangeliseren, door missionaire families uit te zenden, samen met een priester. De Paus omarmde het project met enthousiasme en de eerste drie gezinnen werden in 1986 uitgezonden, naar Finland, Hamburg (Duitsland) en Straatsburg (Frankrijk). In 1987 werden drie andere gezinnen naar de z.g. “pueblos jóvenes” van Latijn-Amerika gezonden.

Op 30 december 1988 zond Johannes Paulus II 72 andere gezinnen uit over de hele wereld, tijdens een viering in het Internationale Centrum van de Weg in Porto San Giorgio (I), waar hij per helikopter naartoe was gekomen. Tijdens zijn homilie sprak de Paus over de familie, en zei dat “de Heilige Familie niets anders is dan de menselijke familie in een goddelijke missie. “Heilige Kerk van God, u kunt uw missie in de wereld niet volbrengen mits door middel van de familie en zijn missie. Jullie moeten met al jullie gebeden, met uw getuigenis en uw kracht de familie helpen en haar van de ondergang beschermen”.

Sindsdien werden bijna 1,800 gezinnen door de Pausen in de vijf continenten gestuurd, om met hun getuigenis van christelijk leven te evangeliseren, naar het beeld van de Heilige Familie van Nazareth.

Het gaat om families die dankbaar zijn voor het heilswerk dat God in hun leven heeft verricht. De christelijke initiatie na-het doopsel heeft vele van deze families uit een crisistijd gehaald en “herbouwd”. Deze families, vaak met meerdere kinderen, bieden zichzelf aan om naar de missie uitgezonden te worden en verlaten het comfort van hun land van afkomst. Ze vertrekken naar de missie waar bisschoppen de noodzaak zien van een getuigenis van een christelijke familie, die leeft en zich wortelt in een plaatselijke kerk. De families verrichten verschillende evangelisatietaken, en werken mee aan het ontstaan van nieuwe christelijke gemeenschappen.

In de statuten van de weg staat dat “de uitvoering van de Neocatechumenale Weg kan worden geholpen door families in missie die zich, op verzoek van de bisschoppen, in ontkerstende gebieden vestigen, of op plaatsten waar een “implantatio ecclesiae” nodig is”. (Statuten, Art. 33,1)